Wat is de DHI?
De subsidie voor Demonstratieprojecten, Haalbaarheidsstudies en Investeringsvoorbereidingsstudies (DHI) helpt Nederlandse bedrijven met internationale ambities om toetredingsbarrieres in andere landen te verminderen. De regeling ondersteunt het verkennen van kansen (haalbaarheid), het voorbereiden van investeringen en het uitvoeren van demonstratieprojecten in het buitenland. Doel is het versnellen van export en internationale samenwerking. Met name interessant voor bedrijven met concreet afzetpotentieel buiten Nederland.
DHI in het kort
Veel gestelde vragen
De DHI kent sinds 2026 vier onderdelen. Bij een demonstratieproject laat je in een reële praktijksituatie in het doelland zien dat je technologie werkt en rendabel is; dit onderdeel kent het hoogste maximum van € 200.000. Met een haalbaarheidsstudie onderzoek je of een investering van een buitenlandse klant in jouw product of dienst haalbaar is, met een maximum van € 100.000; sinds kort mag één studie twee investeringen voor twee potentiële afnemers omvatten. Een investeringsvoorbereidingsproject, eveneens maximaal € 100.000, gebruik je wanneer je zelf in het buitenland wilt investeren, bijvoorbeeld in een productiefaciliteit; een kleine test- of proefproductie mag onderdeel zijn van het plan.
Nieuw in 2026 is de marktvalidatie, bedoeld voor start-ups jonger dan tien jaar. Samen met een lokale partij neem je technische, commerciële, economische en juridische knelpunten voor marktentree weg, tegen een vast subsidiebedrag van € 25.000 bij minimaal € 50.000 aan projectkosten. Voor de overige drie onderdelen bedraagt de subsidie 50% van de projectkosten, of 70% wanneer het project bijdraagt aan vergroeningsdoelen zoals klimaatmitigatie of de circulaire economie. Sinds 2026 mag een aanvrager maar één DHI-project tegelijk in uitvoering hebben.
Ja, en daarmee is de DHI het spiegelbeeld van de meeste innovatiesubsidies. RVO eist een uitontwikkelde technologie op TRL 8 of 9: het product draait al in de praktijk, alleen nog niet in het doelland. Ontwikkelwerk, het aanpassen van je product aan de buitenlandse markt en marktonderzoek zijn niet subsidiabel. Daarnaast gelden eisen aan het bedrijf zelf: je bent een mkb-onderneming met rechtspersoonlijkheid, hebt minimaal drie werknemers in Nederland in loondienst en hebt over de afgelopen drie jaar ten minste € 100.000 omzet gerealiseerd. Wie daar niet aan voldoet, wordt beoordeeld op de zekerheid van de bedrijfsfinanciering en de beoogde export.
Het onderscheid dat RVO in de beoordeling maakt, is subtieler dan de formele criteria doen vermoeden. Een demonstratie dient om buitenlandse afnemers te overtuigen van toegevoegde waarde waarvan jij zelf al zeker bent. Wie de demonstratie nodig heeft om eerst zelf te ontdekken of het product onder lokale omstandigheden presteert, zit in DHI-termen te vroeg in het proces en kan op die grond een afwijzing verwachten.
Beoordelaars toetsen een demonstratieproject in de kern op twee punten: de breedte van de doelgroep en de schaal van de opzet. De demonstratie vindt plaats bij één gastheer in het doelland, die met een intentieverklaring bevestigt dat het project op zijn locatie mag plaatsvinden. Maar die ene gastheer is niet de doelgroep: je moet met naam en toenaam kunnen benoemen welke andere potentiële afnemers je tijdens de uitvoering betrekt, bijvoorbeeld via demonstratiedagen op locatie, en hoe de resultaten voor hen representatief zijn. Richt je daarbij op de partijen die daadwerkelijk de inkoopbeslissing nemen; enthousiasme bij eindgebruikers overtuigt RVO niet als de beslissing elders in de keten valt.
Op het punt van schaal geldt dat omvang en duur niet groter mogen zijn dan noodzakelijk om de toegevoegde waarde aan te tonen. In de praktijk is een te grote opzet de meest voorkomende reden voor kritische vragen: meerdere locaties waar één volstaat, ruime volumes of veel begrote dagen voor voorbereiding en rapportage worden stelselmatig teruggesnoeid. Activiteiten die je als bedrijf toch al moet uitvoeren om de markt te betreden, zoals certificerings- en kwalificatietrajecten of verkoopactiviteiten, zijn niet subsidiabel. Sinds 2026 mag je bovendien niet meer dagen in Nederland begroten dan in het doelland.
Voor een demonstratieproject moet je aannemelijk maken dat je binnen drie jaar na de demonstratie export naar het doelland realiseert van minimaal tienmaal het subsidiebedrag, of vijfmaal voor ontwikkelingslanden. Bij een subsidie van € 150.000 gaat het dus om € 1,5 miljoen aan export in drie jaar. RVO accepteert daarbij geen ronde schattingen: de prognose moet bottom-up zijn opgebouwd uit de doelgroepanalyse, dus vanuit het aantal beoogde afnemers, hun typische afnamevolume en een realistische prijsstelling ten opzichte van lokale alternatieven.
Minder bekend is dat een te hoge prognose net zo schadelijk is als een te lage. Wie voorspelt dat één doelland de jaaromzet gaat verdubbelen, roept bij de beoordelaar de vraag op waarom overheidsondersteuning dan nog nodig is; de subsidie is immers bedoeld voor bedrijven die de markt niet op eigen kracht kunnen betreden. Zorg verder dat de cijfers in de quickscan en de definitieve aanvraag op elkaar aansluiten, want RVO legt beide naast elkaar en kent ook eerdere quickscans van je bedrijf. Tot slot moet je kunnen aantonen dat je de eigen bijdrage van 30% tot 50% van de projectkosten en de opschaling daarna kunt financieren.
Niet onder de DHI zelf. Wel bestaat er een tegemoetkoming in de deelnamekosten via een aparte regeling, die ondernemers vrij eenvoudig zelf kunnen aanvragen.
Meer informatie nodig over de DHI?
Graag de mogelijkheden bespreken voor een eventueel DHI traject? Of ontvang je graag een vrijblijvende second opinion op je huidige DHI aanvraag? Neem contact op met onze expert Linda!

