Interreg

Wat is Interreg?

Interreg stimuleert samenwerking over landsgrenzen heen. Partners uit verschillende landen werken in een Interreg-programma samen aan innovatieve oplossingen voor gezamenlijke uitdagingen, zoals innovatie, energietransitie, circulariteit en gezondheidszorg. Er zijn programma’s voor samenwerking tussen aangrenzende grensregio’s, bijvoorbeeld met Vlaanderen en Duitsland, en programma’s voor samenwerking tussen landen in een groter gebied, zoals rond de Noordzee. De focus ligt op grensoverschrijdende impact en opschaalbaarheid. Geschikt voor organisaties die innovaties willen ontwikkelen en testen in internationale consortia. 

Interreg in het kort

Voor wie?

Bedrijven, kennisinstellingen en overheden die met partners uit minimaal één ander land samenwerken in een Interreg-programma.

Type regeling

Europese subsidie (EFRO) voor grensoverschrijdende en transnationale samenwerking.

Openstelling

Verschilt per programma en call. Diverse openstellingen in 2026 en 2027, onder meer bij Interreg Maas-Rijn, Interreg Noordzee, Interreg Noordwest–Europa en Interreg Vlaanderen-Nederland.

Subsidie

Meestal 50% tot 60% van de projectkosten, afhankelijk van programma en organisatie. De projectomvang verschilt per programma en per call.

Veel gestelde vragen

Nederlandse bedrijven kunnen deelnemen aan verschillende Interreg-programma’s. Hieronder staan de belangrijkste, met een korte beschrijving. 

Interreg A: Grensoverschrijdende samenwerking

Interreg A richt zich op samenwerking tussen grensregio’s die geografisch aan elkaar grenzen. Nederlandse bedrijven kunnen deelnemen aan die Interreg A-programma’s:

  • Interreg Duitsland-Nederland

Samenwerking tussen Nederland en de Duitse deelstaten Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen. In Nederland vallen Fryslân, Groningen, Drenthe, Flevoland, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg binnen het programma. Het ondersteunt projecten op het gebied van onder meer innovatie, duurzame economie en milieu.

  • Interreg Vlaanderen-Nederland

Samenwerking tussen Vlaanderen en Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Het ondersteunt projecten die bijdragen aan innovatie, duurzaamheid en grensoverschrijdend ondernemen. Een project vraagt minimaal een Vlaamse en een Zuid-Nederlandse partner.

  • Interreg Maas-Rijn

Samenwerking tussen Nederland, België en Duitsland in de Euregio Maas-Rijn, met Zuid-Limburg als kerngebied in Nederland. Bedrijven kunnen projecten indienen die grensoverschrijdende uitdagingen aanpakken, zoals innovatie in de gezondheidszorg, onderwijs, milieu of transport. 

Interreg B: Transnationale samenwerking

Interreg B richt zich op samenwerking tussen meerdere landen in een groter gebied. 

  • Interreg Noordzee Regio

Samenwerking tussen Nederland, Vlaanderen, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Noorwegen en Zweden. Het Verenigd Koninkrijk doet niet mee. De projecten richten zich op onder meer innovatie, klimaat en energietransitie. Heel Nederland valt binnen het programmagebied.

  • Interreg Noordwest-Europa

Samenwerking tussen Nederland, Vlaanderen, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Noorwegen en Zweden. Het Verenigd Koninkrijk doet niet mee. De projecten richten zich op onder meer innovatie, klimaat en energietransitie. Heel Nederland valt binnen het programmagebied.

Interreg C

Daarnaast bestaat Interreg C voor kennisuitwisseling tussen regio’s in heel Europa, onder andere via Interreg Europe. Dit programma is vooral bedoeld voor overheden en kennisorganisaties en is voor bedrijven minder geschikt. 

Deelname aan een Interreg-programma is met name financieel interessant:

  • Als je project goed aansluit bij de thema’s en doelen van het programma.
  • Als je de cofinanciering kunt regelen zonder je budget zwaar onder druk te zetten.
  • Als de subsidievergoeding van het programma een substantieel deel van je kosten dekt.
  • Als je verwacht dat het project leidt tot aanzienlijke lange termijn voordelen, zoals toegang tot nieuwe markten, innovatie, of netwerkuitbreiding.

Cofinanciering is een belangrijke vereiste voor deelname aan een Interreg-programma. Het betekent dat je als deelnemer een deel van de totale projectkosten zelf moet financieren om in aanmerking te komen voor de subsidie. Het percentage dat je zelf moet bijleggen hangt af van het specifieke Interreg-programma, maar ligt vaak tussen de 25% en 50% van de totale kosten.

Cofinanciering kan vanuit verschillende bronnen geregeld worden, zoals eigen middelen, nationale/regionale subsidies, samenwerking met partners, Europese subsidies, leningen of andere creatieve middelen. Het vraagt om een goede voorbereiding, partnershipmanagement en een gestructureerde aanpak. Het combineren van meerdere bronnen verhoogt je kans op een succesvolle aanvraag en succesvolle projectuitvoering.

Meer informatie nodig over de Interreg?

Graag de mogelijkheden bespreken voor een eventueel Interreg traject? Of ontvang je graag een vrijblijvende second opinion op je huidige Interreg aanvraag? Neem contact op met onze expert Linda!

Linda de Goederen - Subsidie expert

Linda de Goederen

Expert Interreg