Bij de WBSO is een sluitende urenadministratie essentieel. RVO moet kunnen vaststellen hoeveel tijd er is besteed aan S&O en of die uren passen bij de inhoud en voortgang van de projecten zoals aangevraagd. Daarom staat urenregistratie nooit op zichzelf: je uren moeten te koppelen zijn aan je projectdocumentatie (de technische onderbouwing).
Waarom urenadministratie bij WBSO?
In controles gaat het vaak mis op twee punten. Ten eerste zijn er wel uren geboekt, maar is de technische onderbouwing te dun. Ten tweede zijn uren en inhoudelijke output niet goed aan elkaar te koppelen, waardoor je per project en periode niet helder kunt uitleggen wat er precies is gedaan. Een eenvoudige, doorlopende routine (bijvoorbeeld per sprint of maandelijks) voorkomt dat je achteraf moet reconstrueren wat er is gebeurd.
Waar moet een urenadministratie aan voldoen?

De kern is dat je urenregistratie duidelijk antwoord geeft op drie vragen: wie werkte, wanneer, en aan welk WBSO-project. Je registreert uren op dagniveau per medewerker en je maakt expliciet onderscheid tussen WBSO/S&O-uren en niet-WBSO-uren. Daarnaast leg je vast aan welk project of welke activiteit de uren zijn besteed, zodat je de uren kunt koppelen aan de technische voortgang in dezelfde periode.
Werk je op dagen die afwijken van het normale patroon (weekend, feestdag, vakantiedag)? Dan is het verstandig om kort vast te leggen waarom er toch is gewerkt.
Koppeling tussen uren en projectvoortgang: zo maak je het controleerbaar.
Een goede administratie laat niet alleen zien dát er uren zijn gemaakt, maar ook welke technische stappen zijn gezet. Dat doe je door mijlpalen, experimenten, ontwerpkeuzes en testresultaten te documenteren en te verbinden met de uren die je in die periode hebt geschreven. Een compact logboek (dagelijks of wekelijks) is hiervoor vaak al voldoende, zolang het verwijst naar onderliggende bewijsstukken die je tijdens het werk toch al produceert.
Praktisch werkt dit het beste als je urenregistratie dicht bij je normale proces blijft. Denk aan verwijzingen naar prototypes, testverslagen, tickets, commits of meetrapporten.

Hardware / productontwikkeling: wat leg je vast?
Bij hardware- en productontwikkeling bestaat de projectadministratie vaak uit tastbare of meetbare ontwikkelresultaten. Denk aan prototypes en testopstellingen, tekeningen, berekeningen, meetrapporten, specificaties, testverslagen en wijzigingen in ontwerpkeuzes. Het is van belang dat je ook mislukte iteraties en afgekeurde varianten bewaart, omdat juist die vaak de technische onzekerheid en ontwikkelroute aantonen. Voeg waar mogelijk een datum, parameters (instellingen, materialen, toleranties) en een verwijzing naar de betrokken medewerkers toe, zodat je de stap kunt koppelen aan de urenregistratie.
Softwareontwikkeling: wat leg je vast?
Bij softwareprojecten ligt het bewijs vaak in de ontwikkelomgeving en de bijbehorende documentatie. Versiebeheer (bijvoorbeeld Git), tickets/issue tracking, pull requests, testresultaten, technische ontwerpnotities en releasenotes kunnen samen een sluitend beeld geven van aard, omvang en voortgang van het S&O-werk. Belangrijk is dat niet alleen het eindresultaat zichtbaar is, maar ook de ontwikkelroute: onderzochtte oplossingsrichtingen, afgewezen ontwerpkeuzes, experimenten en code die uiteindelijk niet is doorgezet. Deze informatie helpt om technische onzekerheden en het S&O-karakter aannemelijk te maken.
Hoe lang moet je dit bewaren?
Omdat RVO achteraf vragen kan stellen of een controle kan uitvoeren, is het belangrijk dat je urenregistratie en bijbehorende projectdocumentatie meerdere jaren beschikbaar en raadpleegbaar blijven, inclusief bijlagen. In de praktijk wordt vaak uitgegaan van minimaal zeven jaar bewaartermijn.
Voorbeelden van WBSO-waardige uren
Meer informatie nodig over de WBSO?
Graag de mogelijkheden bespreken voor een eventueel WBSO traject? Of ontvang je graag een vrijblijvende second opinion op je huidige WBSO aanvraag? Neem contact op met onze specialist Johan!

